Hoe ERP- en bedrijfssoftware-systemen werken

ERP-begrippenlijst

Korte definities van begrippen die door de gidsen heen worden gebruikt.

APIEen gedefinieerde software-interface waarmee een systeem functies of gegevens beschikbaar maakt.
BOMBill of Materials; een stuklijst van componenten voor een product of assemblage.
CutoverDe gecontroleerde overgang van oude productieprocessen/systemen naar het nieuwe ERP.
ERPEnterprise resource planning; geïntegreerde bedrijfssoftware voor meerdere kernprocessen.
Fit-gapAnalyse van hoe requirements passen op standaardsoftware en waar verschillen bestaan.
IAMIdentity and Access Management; beheer van identiteiten en toegangsrechten.
MRPMaterial Requirements Planning; berekening van materiaalbehoefte op basis van vraag, voorraad en productstructuur.
Master dataRelatief stabiele kerngegevens zoals producten, klanten, leveranciers en rekeningen.
O2COrder-to-cash; proces van klantorder tot levering, factuur en betaling.
P2PProcure-to-pay; proces van inkoopbehoefte tot leveranciersbetaling.
Regression testHertest van bestaande processen na wijzigingen om onbedoelde effecten te vinden.
SITSystem Integration Testing; end-to-end test over modules en gekoppelde systemen.
SaaSSoftware as a Service; applicatieservice waarbij de leverancier een groot deel van platform en applicatie beheert.
Segregation of dutiesFunctiescheiding; conflicterende bevoegdheden worden verdeeld of gecontroleerd.
System of recordHet systeem dat als primaire bron voor een bepaald businessobject is aangewezen.
UATUser Acceptance Testing; businessvalidatie dat processen geschikt zijn voor operationeel gebruik.
WMSWarehouse Management System; software voor magazijnuitvoering en voorraadlocaties.